Print deze pagina
 

Pensioenbegrippen toegelicht

PME heeft de meest voorkomende pensioenbegrippen met hun betekenis voor u op een rijtje gezet. Kies hieronder de eerste letter van het woord dat u zoekt. En zoek daarna op alfabetische volgorde het juiste begrip.

Kunt u een begrip niet vinden? Kijk dan ook eens op www.pensioenbegrippen.nl.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

FVP-regeling

Bij werkloosheid kan in sommige gevallen een beroep gedaan worden op de FVP. Met de FVP-regeling kan dan toch pensioen worden opgebouwd. Dat kan als de werknemer: 

  • ontslag krijgt en niet zelf ontslag neemt; én 

  • 40 jaar of ouder is.

A-factor

Dit is de jaarlijkse aangroei van uw pensioen. Het gaat om de pensioenopbouw in één kalenderjaar. Met dit bedrag kunt u nagaan of u ruimte heeft om uw pensioen aan te vullen, als u dit wenst. U kunt dit doen door een premie voor lijfrente af te sluiten.
Voor een berekening daarvan kunt u gebruik maken van het Rekenprogramma Lijfrente van de Belastingdienst.

Voor uw belastingaangifte over het voorgaande kalenderjaar heeft u het pensioenoverzicht nodig dat u in dat kalenderjaar van PME heeft gekregen. Dus als voorbeeld, u gebruikt uw 'Uniform Pensioenoverzicht 2012' voor uw aangifte over het jaar 2012.

Financieel Toetsingskader

Vanaf 2007 is dit het kader waaraan de financiële positie en het beleid van pensioenfondsen wordt getoetst. Het is opgesteld door De Nederlansche Bank en onderdeel van de nieuwe Pensioenwet. Het bepaalt hoe PME voor haar pensioenen moet zorgen en hoe hierover wordt gerapporteerd.

Flexibele pensionering

Als werknemers zelf kunnen bepalen wanneer zij met pensioen gaan, dan spreken wij over flexibele pensionering. Bij PME kunnen werknemers stoppen met werken tussen hun 55 e en 70 e jaar. Afhankelijk van bepaalde voorwaarden is er wel of geen recht op een aanvullende pensioenuitkering bij vervroegd pensioen.