Hieronder vindt u een kleine opsomming van veelgestelde vragen en de antwoorden daarop. Staat uw vraag er niet bij? En kunt u de informatie ook niet op de website vinden? Stel dan uw vraag via het
contactformulier.
Als gevolg van de volgende 3 ontwikkelingen, zitten pensioenfondsen in zwaar weer:
In 2008 en 2009 waren er forse tegenvallers op de financiële markten. Als grote beleggers werden de pensioenfondsen daar natuurlijk ook door geraakt.
In Nederland worden we allemaal steeds ouder. En dat gaat sneller dan we tot voor kort dachten. Pensioenfondsen moeten hierdoor meer mensen langer hun pensioen uitkeren.
Op dit moment is de rekenrente laag. Daardoor moeten pensioenfondsen volgens de regels nu meer geld in kas hebben om straks de pensioenen te betalen. Hoewel de kas bij de meeste fondsen inmiddels alweer net zo zit vol als voor de financiële crisis, vragen de boekhoudregels nu om een extra reserve.
Bestuursleden van PME ontvangen geen salaris en ook geen bonussen. De bestuursleden (of hun werkgevers) ontvangen alleen een vergoeding voor de werktijd die zij in het besturen van het fonds steken. PME volgt hierin de aanbevelingen van de Pensioenfederatie. Voor bestuursleden die in dienst zijn van een werkgevers- of werknemersorganisatie maakt PME de vergoeding over aan de desbetreffende organisatie.
Werknemers van PME ontvangen uiteraard wel salaris, maar geen bonussen. Zij nemen ook zelf deel aan de PME-pensioenregeling.
PME streeft naar een zo hoog mogelijk rendement tegen een beheerst risico. Dat doen we vooral door een afgewogen spreiding van de beleggingen. Die spreiding gebeurt op 3 manieren.
Ten eerste is er een spreiding tussen verschillende beleggingscategorieën: aandelen, vastrentende waarden (zoals obligaties), onroerend goed, grondstoffen en alternatieve beleggingscategorieën.
Een 2e methode van spreiding is regionaal: PME belegt over de hele wereld. Zo is het fonds minder gevoelig voor lokale economische ontwikkelingen.
Een 3e vorm van spreiding heeft te maken met de vermogensbeheerders die het geld voor PME beheren. Door het vermogen onder te brengen bij een groot aantal gespecialiseerde beleggers, wordt ook hier het risico gespreid.
Een volledige lijst van de in bezit zijnde aandelen wordt 2 maal per jaar gepubliceerd op onze website.
PME belegt in principe in alle landen van het eurogebied. Alhoewel de relatieve veiligheid van staatsobligaties van landen als Duitsland en Nederland nu zeer aantrekkelijk oogt, acht PME het toch beter zoveel mogelijk te spreiden. Een land dat nu veilig lijkt, zou dat in de toekomst wat minder kunnen zijn. Het is helaas onmogelijk elke belegging die riskant dreigt te worden tijdig te verkopen. Vandaar dat spreiding een heel belangrijk principe blijft bij de belegging van het grote vermogen van het fonds.
Een klein deel van het vermogen is belegd in inflatiegerelateerde obligaties, ook die van Griekenland. Deze obligaties bieden bescherming tegen stijging van de prijzen (inflatie) en zijn daarom noodzakelijk in een portefeuille van een pensioenfonds. De vergoeding voor deze obligaties loopt namelijk mee met de stijging van de prijzen waardoor een deel van de pensioenuitkering bestendig gemaakt kan worden tegen prijsstijgingen en dus geldontwaarding. Als de prijzen stijgen, gaan de koersen van de inflatiegerelateerde obligaties omhoog. Helaas geeft de Nederlandse staat geen inflatiegerelateerde obligaties uit, en was PME binnen Europa aangewezen op een handvol aanbieders, zoals Griekenland.
PME heeft van de crisis geleerd dat de grip van het bestuur op de uitvoering van het vermogensbeheer nog beter kan. De kredietcrisis was aanleiding voor PME om leerpunten uit de crisis te inventariseren. Het bestuur keek daarbij ook kritisch naar het eigen functioneren. Een verbeterplan werd opgesteld, met als doel in de toekomst beter voorbereid te zijn op tot op heden onwaarschijnlijk geachte marktbewegingen. Het bestuur koos voor een nieuw bestuursmodel, met een compacter bestuur en aanvullende expertise op het gebied van beleggen en risicomanagement. Het nieuwe bestuur komt vaker bijeen en kan zo nog effectiever dan voorheen opereren. Ook is de staf die het bestuur ondersteunt versterkt op het gebied van beleggingen en risicomanagement. Daarmee is de grip op de uitvoering van het vermogensbeheer verstevigd. Overigens is niet gezegd dat PME er nu beter voor zou staan als de genoemde verbeteringen al ruim voor de kredietcrisis zouden zijn ingevoerd.
We worden steeds ouder. Dat is goed nieuws, maar wel erg duur voor pensioenfondsen. Want hoe langer we leven, hoe meer geld de pensioenfondsen moeten hebben om iedereen langer een pensioen te betalen.
We wisten al lang dat we langzaamaan steeds langer leven. Maar in augustus 2010 werd bekend dat de levensverwachting nog veel sneller stijgt dan we tot nu toe altijd dachten. Omdat we langer leven, moeten pensioenfondsen extra geld opzij zetten omdat erover een langere periode moet worden uitgekeerd. Daar is in het verleden nooit premie voor betaald. PME heeft de langere levensverwachting in de dekkingsgraad verwerkt.
PME houdt al rekening met de toegenomen levensverwachting. Maar mensen worden steeds ouder. We genieten daardoor ook langer van ons pensioen. Dat kost extra geld, en daarvoor moet meer worden gespaard dan in het verleden. PME reserveert al in toenemende mate extra middelen om deze toekomstige kosten te dekken. Deze extra reserves zijn al in de huidige dekkingsgraad verwerkt. Overigens heeft het Actuarieel Genootschap, de vereniging van verzekeringswiskundigen, op 30 augustus 2010 zijn nieuwste prognose bekend gemaakt voor de gemiddelde Nederlander. PME heeft de gevolgen van deze prognose verwerkt in de dekkingsgraad.
PME dekt een groot gedeelte van het renterisico af. Daardoor zakt onze dekkingsgraad minder hard als de rente daalt. Een daling van de rente met 1% zorgt voor een daling van de dekkingsgraad met 4%. Bij veel pensioenfondsen is dit meer. De afdekking zorgt echter ook dat de dekkingsgraad minder hard stijgt als de rente weer hoger wordt. Afdekken heeft dus voordelen, maar ook nadelen.
Met de IBAN wordt uw bestaande rekeningnummer uitgebreid van 9 cijfers naar 18 cijfers en letters. Ook moet u de code van uw bank doorgeven, de zogenaamde BIC (= Bank Identifier Code). PME gebruikt deze IBAN- en BIC-nummers om pensioenbetalingen binnen en buiten Nederland zo goed mogelijk te laten verlopen.
U kunt uw internationale rekeningnummer ook opvragen via internetbankieren van uw eigen bank. Of ga naar
www.ibanbicservice.nl. Als u op deze site uw rekeningnummer intoetst, dan krijgt u uw IBAN en BIC te zien.
Nee, u hoeft niets te doen. Voor de lopende uitkeringen verandert PME uw rekeningnummer in IBAN en BIC. Wilt u dat uw pensioen op een andere rekening wordt overgemaakt? Dan moet u wel uw IBAN en BIC aan ons doorgeven.
Wie in de Metalektro werkt, spaart voor een eigen pensioen bij PME. Dat pensioen krijgt u vanaf uw 65e. Voor wie geboren is vóór 1950, gaat het pensioen in op 62-jarige leeftijd. Afhankelijk van uw geboortejaar en persoonlijke omstandigheden en geschiedenis in de sector, kunt u eerder stoppen. Hoe eerder u stopt, hoe lager het pensioen wordt. Langer doorwerken kan ook. Uw uitkering wordt dan hoger. Kijk voor meer informatie onder
Pensioeninformatie / De regeling.
Als u bent geboren vóór 1950, kunt u op zijn vroegst met de TOP in de maand dat u 60 jaar wordt. Hoe eerder u met de TOP gaat, hoe lager uw uitkering. Gaat u later met de TOP, dan wordt uw uitkering hoger. Als u later met de TOP gaat dan met 61 jaar en 11 maanden, stijgt uw uitkering niet meer. Want uw TOP-uitkering mag niet hoger zijn dan 100% van het laatste salaris. Bij langer uitstel van de TOP gaat wel uw ouderdomspensioen omhoog.
De verschillende uitkeringspercentages per uittreedleeftijd, vindt u
hier. Voor werknemers geboren in 1943 en 1944 gelden afwijkende leeftijden en uitkeringspercentages.
Gaat u verhuizen binnen Nederland? Als u uw nieuwe adres doorgeeft aan de gemeente, wordt uw adreswijziging automatisch verwerkt. PME is namelijk aangesloten op de Gemeentelijk Basis administratie (GBA). U hoeft PME dus niets door te geven.
Gaat u verhuizen in of naar het buitenland? Dan moet u uw adreswijziging altijd
schriftelijk doorgeven aan PME.
Wijzigt uw bankrekeningnummer? Geef dit dan schriftelijk aan PME door. Zorg ervoor dat u de brief ondertekent. En stuur een kopie van uw laatste bankafschrift mee waarop de naam van de rekeninghouder en het IBAN- en BIC-nummer goed zichtbaar zijn.
Iemand anders kan uw rekeningnummer ook wijzigen. Een voorwaarde hiervoor is dat u deze persoon gemachtigd heeft en dat wij een bewijs hebben van de machtiging.
Zolang u pensioen opbouwt bij PME, krijgt u ieder jaar een pensioenoverzicht om alle informatie over uw pensioensituatie overzichtelijk bij elkaar te hebben. Het overzicht dat u nu heeft gekregen, laat uw pensioensituatie zien zoals die was op 31 december 2011.
Dat u nog geen pensioenoverzicht heeft gekregen, kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat u van een pensioenfonds of verzekeraar komt waarvan de gegevens nog niet volledig in onze administratie zijn verwerkt. In dat geval doen wij ons best om uw pensioenoverzicht zo snel mogelijk te versturen. Maar het kan ook zijn dat uw adres bij ons niet bekend is. In dat geval is het voor ons niet mogelijk om uw pensioenoverzicht te versturen. Neem contact op met de Servicedesk op (020) 607 22 00 om te controleren of uw adres bekend is bij PME. Houd uw BSN bij de hand als u belt. U kunt ook een e-mail sturen naar
servicedesk@metalektropensioen.nl.
Er zijn een paar verschillende pensioenoverzichten in gebruik. Bijvoorbeeld een overzicht voor werknemers geboren voor 1950, voor werknemers geboren vanaf 1950 of voor deelnemers die een TOP-uitkering ontvangen. Hieronder kunt u een pensioenoverzicht bekijken van een werknemer die geboren is vanaf 1950.
Klopt bijvoorbeeld volgens u de hoogte van uw salaris of uw deeltijdpercentage niet? Neem dan contact op met uw werkgever. Is uw werkgever het met u eens? Dan kan uw werkgever een wijziging van het loon of uw deeltijdpercentage aan PME doorgeven.
Dat klopt. Op het Uniform Pensioenoverzicht 2012 staat uw persoonsnummer vermeld. Dit nummer is nieuw en vervangt het registratienummer. Het persoonsnummer heeft u voortaan nodig in uw correspondentie en als u belt met de Servicedesk. Bewaar uw persoonsnummer daarom zorgvuldig.
Uw pensioengrondslag is uw pensioengevend salaris minus de franchise. Als uw salaris lager is dan die franchise, is uw pensioengrondslag € 0. Dat betekent dat u geen ouderdomspensioen opbouwt. Het kan ook zijn dat u werkloos bent. Als u ervoor heeft gekozen om tijdens uw WW-periode alleen een deel van de PME-pensioenregeling vrijwillig voort te zetten, bouwt u soms geen ouderdomspensioen op. Uw pensioengrondslag wordt dan als € 0 weergegeven.
Hierboven vindt u een paar vragen over het pensioenoverzicht. Meer vragen en antwoorden vindt u in dit
overzicht. Heeft u na het doornemen hiervan toch nog vragen, dan kunt u telefonisch contact opnemen met de Servicedesk via 020-607 22 00. Of neem contact op met een
pensioenconsulent in uw regio.
De datum op uw pensioenoverzicht is niet uw echte ingangsdatum. Omdat u al vóór 1970 deelnemer bij ons pensioenfonds was, is de juiste ingangsdatum van uw pensioenopbouw niet bekend.
Staat de naam van uw werkgever niet op uw overzicht? Dan bent u waarschijnlijk al vóór 1970 deelnemer geweest bij ons fonds. De naam van uw werkgever is hierdoor niet bekend in onze administratie.
Dit pensioenoverzicht laat alleen het pensioen zien dat u in het verleden bij ons pensioenfonds heeft opgebouwd. Pensioen dat u opgebouwd heeft bij Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), zit hier niet bij. Verder is de hoogte van het pensioen gebaseerd op onder andere het salaris dat u toen kreeg, het aantal uren dat u werkte, de periode dat u gewerkt heeft. Heeft u maar kort gewerkt in de Metalektrobranche? Dan is uw pensioen ook niet zo hoog.
Uw pensioen kan alleen bij uw pensionering op 65 jaar afgekocht worden. Uw pensioen moet dan wel lager zijn dan € 427,29 bruto per jaar (afkoopgrens 2011). Afkopen vóór uw 65e is niet mogelijk.
Wordt u binnenkort 65 jaar of bent u al ouder? Vraag dan een formulier aan bij de
Servicedesk voor het afkopen van uw pensioen.
Als uw pensioen hoger is dan € 427,29 bruto per jaar én opgebouwd is ná 8 juli 1994 werkt PME mee in principe altijd mee aan de overdracht van uw pensioen naar een andere pensioenuitvoerder.
Op dit moment mag PME wettelijk gezien niet meewerken, omdat onze
dekkingsgraad te laag is. Wij mogen weer meewerken aan waardeoverdracht bij een dekkingsgraad van 100% of meer. Dat geldt ook voor uw huidige pensioenfonds.
Een andere voorwaarde is dat u waardeoverdracht wel binnen 6 maanden na indiensttreding bij uw nieuwe werkgever moet hebben aangevraagd.