Hieronder vindt u een kleine opsomming van veelgestelde vragen en de antwoorden daarop. Staat uw vraag er niet bij? En kunt u de informatie ook niet op de website vinden? Stel dan uw vraag via het
contactformulier.
Gaat u verhuizen binnen Nederland? Als u uw nieuwe adres doorgeeft aan de gemeente, wordt uw adreswijziging automatisch verwerkt. PME is namelijk aangesloten op de Gemeentelijk Basis administratie (GBA). U hoeft PME dus niets door te geven.
Gaat u verhuizen in of naar het buitenland? Dan moet u uw adreswijziging altijd schriftelijk doorgeven aan PME.
Wijzigt uw bankrekeningnummer? Geef dit dan schriftelijk aan PME door. Zorg ervoor dat u de brief ondertekent. En stuur een kopie van uw bankafschrift mee.
Iemand anders kan uw rekeningnummer ook wijzigen. Een voorwaarde hiervoor is dat u deze persoon gemachtigd heeft en dat wij een bewijs hebben van de machtiging.
Wie in de Metalektro werkt, spaart voor een eigen pensioen bij PME. Dat pensioen krijgt u vanaf uw 65e. Voor wie geboren is vóór 1950, gaat het pensioen in op 62-jarige leeftijd. Afhankelijk van uw geboortejaar en persoonlijke omstandigheden en geschiedenis in de sector, kunt u eerder stoppen. Hoe eerder u stopt, hoe lager het pensioen wordt. Langer doorwerken kan ook. Uw uitkering wordt dan hoger. Kijk voor meer informatie onder
Pensioeninformatie / De regeling.
> Met de
pensioenplanner kunt u berekenen hoeveel pensioen u krijgt als u eerder met pensioen wilt gaan.
Als u bent geboren vóór 1950, kunt u op zijn vroegst met de TOP in de maand dat u 60 jaar wordt. Hoe eerder u met de TOP gaat, hoe lager uw uitkering. Gaat u later met de TOP, dan wordt uw uitkering hoger. Als u later met de TOP gaat dan met 61 jaar en 11 maanden, stijgt uw uitkering niet meer. Want uw TOP-uitkering mag niet hoger zijn dan 100% van het laatste salaris. Bij langer uitstel van de TOP gaat wel uw ouderdomspensioen omhoog.
De verschillende uitkeringspercentages per uittreedleeftijd, vindt u
hier. Voor werknemers geboren in 1943 en 1944 gelden afwijkende leeftijden en uitkeringspercentages.
Een pensioenfonds is geen bank of een verzekeraar en kan ook niet omvallen. Bij een bank die in de problemen raakt komt dit meestal door een direct gebrek aan contant geld. Onzekere spaarders halen hun geld van de bank en onzekere investeerders trekken hun vermogen terug. Daardoor kan een bank niet meer aan zijn verplichtingen voldoen en failliet gaan. Bij een pensioenfonds kan dat niet gebeuren. Mensen kunnen niet aan het loket komen om hun pensioen op te eisen. Ook heeft een pensioenfonds geen investeerders die hun geld kunnen terugtrekken. Belangrijker nog: een pensioenfonds krijgt iedere maand of kwartaal premies binnen, die voldoende zijn om de lopende uitkeringen te betalen. Een pensioenfonds heeft dus voldoende middelen om de uitkeringen te betalen.
Als het PME niet lukt om op tijd de reserves aan te vullen, kan het in laatste instantie nodig zijn de pensioenen te verlagen. Omdat PME nu al sneller herstelt dan in het herstelplan beschreven, verwacht PME niet dat dit nodig zal zijn. Als de economische situatie echter opnieuw verslechterd, kan PME door De Nederlandsche Bank gedwongen te korten op de pensioenuitkeringen en opgebouwde pensioenen. Een korting zal alleen nodig zijn als op 31 december 2011 de dekkingsgraad van PME lager is dan 99,3%. Als dat het geval is, moet PME per 1 april 2012 de pensioenen verlagen, met een korting die kan oplopen tot maximaal 4,14%.
Mensen die vóór 1950 zijn geboren kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor de TOP (Tijdelijk Ouderdomspensioen). Voor de TOP wordt een aparte premie betaald, waarmee direct de al ingegane TOP-uitkeringen worden betaald. Het geld voor de TOP gaat dus direct naar de TOP-gerechtigde en wordt dus niet belegd zoals bij het gewone pensioen het geval is. De kredietcrisis heeft daarmee ook geen invloed op uw TOP-uitkering. Is uw TOP-uitkering eenmaal ingegaan, dan heeft de kredietcrisis overigens wel invloed op de jaarlijkse verhoging van de TOP-uitkering, net zoals bij het gewone pensioen. Voor 2010 betekent dit dat een eenmaal ingegane TOP-uitkering niet wordt geïndexeerd.
De toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB) wil dat fondsen die minder dan 105% dekkingsgraad hebben een plan opstellen om op de dekkingsgraad te verbeteren. PME heeft dit gedaan en het plan opgestuurd naar De Nederlandsche Bank.
De dekkingsgraad van PME bedraagt eind januari 2010 99%. Dat is niet genoeg, maar geen reden voor paniek. PME hoeft immers niet ineens alle pensioenen uit te betalen. Niet al onze deelnemers gaan tegelijk met pensioen. Zo heeft PME de tijd voor herstel van de dekkingsgraad.
De financiële middelen van PME zijn op dit moment voldoende om de komende 20 jaar de pensioenen uit te betalen. Hiernaast krijgt PME jaarlijks aan premies meer binnen dan er aan uitkeringen uitgaan. Uw uitkering wordt dus gewoon iedere maand betaalt. Wel moeten de reserves van PME worden versterkt. Door de financiële crisis zijn die sterk geslonken, waardoor PME nu een te lage dekkingsgraad heeft. De pensioenuitkeringen worden in 2010 niet verhoogd. Maar wat u in 2009 kreeg, krijgt u in 2010 ook. Dat is zeker.
Een goede spreiding van het vermogen over obligaties, aandelen, alternatieve investeringen, onroerend goed geeft op de lange termijn een zo goed mogelijk rendement tegen een verantwoord risico. Als PME alleen in obligaties zou beleggen, wordt er niet voldoende rendement gemaakt om de pensioenen te kunnen indexeren. Dat zou betekenen dat de pensioenen lager zouden zijn, of de premie veel hoger.
De dekkingsgraad is de verhouding tussen vermogen en verplichtingen (de nu en in de toekomst uit te betalen pensioenen). Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies voldoende geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Bij een dekkingsgraad van meer dan 100% beschikt het fonds over een buffer.
Alle pensioenfondsen vallen onder het toezicht van De Nederlandse Bank (DNB). Binnen PME zelf geeft het Verantwoordingsorgaan, bestaande uit deelnemers, gepensioneerden en werkgevers, een oordeel over het handelen van het bestuur. Daarnaast is er een Toezichtscommissie die drie onafhankelijke, buiten PME werkzame leden heeft en het bestuur controleert.
U kunt het beste altijd een verzoek indienen. Dat moet namelijk binnen zes maanden nadat u bij PME deelnemer bent geworden. Door de kredietcrisis is de dekkingsgraad nu lager dan 100%, waardoor we uw verzoek niet mogen behandelen. Maar we pakken uw verzoek weer op zodra dat mogelijk is. U ontvangt dan bericht van ons.
Normaliter ontvangt u een ontvangstbevestiging van uw verzoek tot waardeoverdracht. Maar op dit moment versturen wij geen bevestigingen omdat wij uw verzoek niet in behandeling kunnen nemen. Zodra de dekkingsgraad op de laatste dag van de maand 100% is of hoger, dan wordt uw verzoek behandeld. Op onze website publiceren wij maandelijks de
actuele stand.
Zolang de dekkingsgraad onder de 100% blijft, kan uw verzoek niet in behandeling worden genomen. Zodra de dekkingsgraad 100% is of hoger, dan pakken wij uw verzoek op. Helaas kunnen wij niet voorspellen wanneer dat zo is. U ontvangt in ieder geval een bericht van ons als het zover is.
Uw verzoek wordt stopgezet omdat de dekkingsgraad lager is dan 100%. Pensioenfondsen mogen van de DNB niet verder gaan met de procedures voor waardeoverdracht zolang dit het geval is. Uw verzoek wordt weer opgepakt als de dekkingsgraad 100% is of hoger. U krijgt bericht als wij uw waardeoverdrachtsverzoek gaan behandelen.
Bij de verwerking van inkomende waardeoverdrachten worden er aanspraken gereserveerd voor de latere uitkering van het pensioen. Deze reservering heeft invloed op de dekkingsgraad. Daarom mogen zowel inkomende als uitgaande waardeoverdrachten niet worden verwerkt zolang de dekkingsgraad lager is dan 100%.
Zodra de dekkingsgraad 100% is of hoger dan wordt de procedure weer opgestart. Helaas kunnen wij niet voorspellen wanneer het zover is. U ontvangt bericht van ons als wij uw verzoek gaan behandelen.
Waardeoverdracht is in dit geval verplicht. Maar op dit moment niet mogelijk. Om toch met de TOP te kunnen gaan dient u een verklaring te ondertekenen waarin u aangeeft dat u uw pensioen bij PMT overdraagt naar PME zodra dit weer mogelijk is. Vraag de
Servicedesk om u een verklaring op te sturen.
in de linker kolom ziet u de verwachte prijsstijging voor de komende 15 jaar.
In de middelste kolom ziet u welke verhoging PME verwacht te kunnen geven de komende 15 jaar.
In de rechter kolom ziet u welke verhoging PME verwacht te kunnen geven als het slechter met de financiën gaat dan verwacht.
Het gaat dus over de verhoging die u naar verwachting zult krijgen en dit is een gemiddelde over 15 jaar. De echte verhoging kan van jaar tot jaar verschillen. Dit kan dus ook betekenen dat u in een jaar geen verhoging krijgt.
PME heeft twee veschillende labels. Er geldt voor deelnemers namelijk een ander toeslagenbeleid dan voor ex-deelnemers, ex-partners en gepensioneerden. Voor deelnemers wordt voor de verhoging van het pensioen de loonindex in de bedrijfstak gevolgd. Voor ex-deelnemers, ex-partners en gepensioneerden wordt de prijsindex gevolgd. Dit levert dus twee verschillende plaatjes op.
PME is verplicht het label in diverse correspondentie op te nemen. Zo is het label onder andere opgenomen in de startbrief die iedere nieuwe deelnemer krijgt en in brieven over waardeoverdracht. Het label wordt ook getoond op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
Alle pensioenfondsen zijn verplicht hun deelnemers schriftelijk te informeren over hun verwachtingen over het verlenen van toeslagen. Ook PME. Hiervoor heeft de overheid het toeslagenlabel ontwikkeld. Daarmee kun je direct zien hoe PME verwacht in de toekomst te kunnen indexeren.
U kunt met het label in één oogopslag zien hoe uw (opgebouwde) pensioen naar verwachting meegroeit met de stijging van prijzen. Het label geeft u informatie over de waardevastheid van uw pensioen.
Het label zegt niets over hoeveel pensioen u opbouwt of hoe goed uw pensioenregeling is.
Zolang u pensioen opbouwt bij PME, krijgt u ieder jaar een pensioenoverzicht om alle informatie over uw pensioensituatie overzichtelijk bij elkaar te hebben. Het overzicht dat u nu heeft gekregen, laat uw pensioensituatie zien zoals die was op 31 december 2009.
Dat u nog geen pensioenoverzicht heeft gekregen, kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat u van een pensioenfonds of verzekeraar komt waarvan de gegevens nog niet volledig in onze administratie zijn verwerkt. In dat geval doen wij ons best om uw pensioenoverzicht zo snel mogelijk te versturen. Maar het kan ook zijn dat uw adres niet bekend is. In dat geval is het voor ons niet mogelijk om uw pensioenoverzicht te versturen. Neem contact op met de Servicedesk op (020) 607 22 00 om te controleren of uw adres bekend is bij PME. Houd uw BSN bij de hand als u belt. U kunt ook een e-mail sturen naar
servicedesk@metalektropensioen.nl.
Er zijn een paar verschillende pensioenoverzichten in gebruik. Bijvoorbeeld een overzicht voor werknemers geboren voor 1950, voor werknemers geboren vanaf 1950 of voor deelnemers die een TOP-uitkering ontvangen. Hieronder kunt u een pensioenoverzicht bekijken van een werknemer die geboren is op of na 1 januari 1950.
Klopt bijvoorbeeld volgens u de hoogte van uw salaris of uw deeltijdpercentage niet? Neem dan contact op met uw werkgever. Is uw werkgever het met u eens? Dan kan uw werkgever een wijziging van het loon of uw deeltijdpercentage aan PME doorgeven.
Dat klopt. Op het Uniform Pensioenoverzicht 2010 staat uw persoonsnummer vermeld. Dit nummer is nieuw en vervangt het registratienummer. Het persoonsnummer heeft u voortaan nodig in uw correspondentie en als u belt met de Servicedesk. Bewaar uw persoonsnummer daarom zorgvuldig.
Uw pensioengrondslag is uw pensioengevend salaris minus de franchise. Als uw salaris lager is dan die franchise, is uw pensioengrondslag € 0. Dat betekent dat u geen ouderdomspensioen opbouwt. Het kan ook zijn dat u werkloos bent. Als u ervoor heeft gekozen om tijdens uw WW-periode alleen een deel van de PME-pensioenregeling vrijwillig voort te zetten, bouwt u soms geen ouderdomspensioen op. Uw pensioengrondslag wordt dan als € 0 weergegeven.
Hierboven vindt u een paar vragen over het pensioenoverzicht. Meer vragen en antwoorden vindt u in dit
overzicht. Heeft u na het doornemen hiervan toch nog vragen, dan kunt u telefonisch contact opnemen met de Servicedesk via
020-607 22 00. Of neem contact op met een
pensioenconsulent in uw regio.