Hieronder vindt u een kleine opsomming van veelgestelde vragen en de antwoorden daarop. Staat uw vraag er niet bij? En kunt u de informatie ook niet op de website vinden? Stel dan uw vraag via het
contactformulier.
De pensioenregeling van PME is flexibel. Dat betekent dat iedereen eerder of later kan stoppen. Wie langer doorwerkt, krijgt een hogere uitkering. Dat geldt zowel voor de TOP als voor het ouderdomspensioen.
Die hogere pensioenuitkering kan flink oplopen, zo’n 9 % per jaar. Bovendien blijft de werknemer ook nog pensioen opbouwen zolang hij werkt. Dat telt dus dubbel aan.
De ingang van het pensioen kan worden uitgesteld tot uiterlijk de maand waarin een werknemer 70 jaar wordt.
In beginsel leidt doorwerken na vervroegde pensionering tot een fiscaal onzuiver pensioen. Uw medewerker loopt dan het risico van een fiscale naheffing. Informeer bij twijfel bij de Belastingdienst.
Arbeidsongeschikte werknemers die zijn geboren vóór 1950 kunnen vervroegd met pensioen. Hij heeft namelijk precies dezelfde rechten als leeftijdsgenoten die wel kunnen werken. Het enige verschil is dit: als hij voor zijn 65e zijn pensioen laat ingaan, ontvangt hij ook nog WAO of WIA. Het bedrag van deze uitkering wordt afgetrokken van zijn pensioen. Vanaf zijn 65e stopt de arbeids-ongeschiktheidsuitkering. Hij ontvangt dan het ouderdomspensioen en de AOW.
Volledig arbeidsongeschikte werknemers die zijn geboren in 1950 of daarna kunnen niet vervroegd met pensioen. Tot het 65e jaar loopt de uitkering uit de WAO of WIA, daarna start het ouderdomspensioen.
Wie deels arbeidsongeschikt is, kan wel eerder met pensioen voor het deel dat hij nog werkt. Voor het arbeidsongeschikte deel kan hij niet eerder met pensioen. Tenzij hij afstand doet van zijn WAO- of WIA-uitkering.
Werknemers geboren vóór 1950 kunnen op zijn vroegst met de TOP als ze 60 jaar worden. Hoe eerder ze met de TOP gaan, hoe lager de uitkering. Gaan ze later, dan wordt de uitkering hoger.
Wie later met de TOP gaat dan 61 jaar en 11 maanden, ziet zijn uitkering niet meer stijgen, omdat de TOP-uitkering niet hoger kan zijn dan 100% van het laatste salaris. Voor werknemers geboren in 1943 en 1944 gelden afwijkende leeftijden en uitkeringspercentages.
De verschillende uitkeringspercentages per uittreedleeftijd, vindt u
hier.
Wanneer een werknemer op de richtleeftijd met de TOP gaat, mag hij werken naast de TOP. Wanneer de werknemer vóór de richtleeftijd gebruik maakt van de TOP en vervolgens bijwerkt, is het fiscaal niet toegestaan te werken. De fiscus kan dan een eenmalige heffing opleggen.
Abzend is het programma waarmee u loongegevens en wijzigingen in dienstverbanden van uw medewerkers doorgeeft aan het pensioenfonds.
Met PME Online kunt u in onze administratie kijken. U vindt hier de specificatie van de nota’s, een overzicht van de werknemers met loongegevens en de voortgang van de meldingen die u met ABzend heeft gedaan.
Er is geen verschil in premie. Het betreft de premie die in rekening wordt gebracht voor de overgangsregeling. De omschrijving is alleen anders voor verschillende groepen medewerkers. De omschrijving voor medewerkers geboren voor 1950 is TOP en de omschrijving voor medewerkers geboren in 1950 of later is: TOPOVG.
De pensioenregeling van PME is verplicht gesteld voor alle werkgevers in de bedrijfstak Metalektro. Of uw onderneming behoort tot de Metalektro is afhankelijk van de hoofdzaak van het soort activiteiten dat uw bedrijf heeft, en - met vele uitzonderingen daarop - meestal van het aantal werknemers dat bij u in loondienst is.
Heeft u in de regel meer dan 30 fulltime medewerkers in loondienst, dan is de kans groot dat de regeling van PME verplicht van toepassing is en op uw bedrijf de CAO’s Metalektro van toepassing zijn.
Als u uitsluitsel wenst of de regelingen van de Metalektro wel of niet op uw bedrijf en uw werknemers van toepassing zijn, dan kunt u contact opnemen met de afdeling werkingssfeer van PME en de Raad van Overleg Metalektro (ROM) te Leidschendam. Contactgegevens vindt u op de pagina "
Uw aansluiting bij PME".
Voor medewerkers van een bij de PME aangesloten onderneming is deelneming aan de pensioenregeling verplicht. Er is slechts voor zeer bijzondere situaties een uitzondering. Bijvoorbeeld voor gewetensbezwaarden. Raadpleeg hierover uw
pensioenconsulent.
Vrijwillige aansluiting bij PME is mogelijk. De voorwaarden die PME daaraan stelt zijn gelijk aan de voorwaarden die de wetgever in de Pensioenwet minimaal stelt.
Uw onderneming zal dan met PME een uitvoeringsovereenkomst voor vrijwillige aansluiting moeten sluiten. Zo’n overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van tenminste 5 jaar (met stilzwijgende verlenging voor eenzelfde periode).
Het is echter zaak om vooraf zekerheid te hebben of op uw bedrijf geen andere pensioenregeling verplicht van toepassing is, en/of dat van die regeling vrijstelling kan worden verkregen als een deelname bij PME bij u en uw werknemers prevaleert.
Een verzoek om vrijwillige aansluiting bij PME kan worden ingediend bij de heer Holierhoek van de afdeling werkingssfeer van PME. Contactgegevens vindt u op de pagina "
Uw aansluiting bij PME".l
Als u direct of indirect een aandelenbelang heeft in de ondernemingen van tenminste 10%, dan merkt de Pensioenwet u al als directeur-grootaandelhouder (DGA) aan. In dat geval mag PME sinds 2007 u niet meer als deelnemer accepteren.
Bent u aandeelhouder/bestuurder met een belang van minder dan 10%, of bent u bestuurder (zonder aandelen) van een B.V. of N.V., dan is de algemene stelregel dat de CAO Metalektro en PME u uitzonderen. Deelname is niet verplicht, maar als u dat wenselijk vindt, kunt u vrijwillig deelnemen. Een zogenoemde bestuurders-/directieovereenkomst zal PME dan met u sluiten. Een eventueel verzoek daartoe kunt u indienen bij de heer Holierhoek van de afdeling werkingssfeer van PME. Contactgegevens vindt u op de pagina "
Uw aansluiting bij PME".