PME zag geen noodzaak tot verlaging van de pensioenen op basis van de situatie per 30 juni 2010. Met de evaluatie van het herstelplan heeft PME tot genoegen van de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), aangetoond dat verlaging van de pensioenen op basis van de situatie op 30 juni 2010 niet nodig is. PME heeft voldoende herstelkracht om zonder vervroegde korting voldoende te herstellen. Wel heeft DNB kritische opmerkingen gemaakt over een aantal uitgangspunten, dat PME bij de evaluatie van het herstelplan heeft gebruikt. Dit betrof met name de reservering voor de stijgende levensverwachting. Ten behoeve hiervan doet PME op dit moment een bestandsanalyse. Hierna zullen de lasten van de toegenomen levensverwachting worden verwerkt.
Naar aanleiding van de reactie van DNB heeft het bestuur van PME op 11 november 2010 besloten de pensioenen per 1 januari 2011 niet te verlagen. Ieder jaar aan het einde van het jaar wordt bekeken of PME voldoende herstelt en of aanvullende maatregelen nodig zijn. Het eerstkomende evaluatiemoment is op basis van de cijfers per 31 december 2010. Dan moet de dekkingsgraad 96,2% zijn, inclusief de toegenomen levensverwachting. Als het herstel onvoldoende is, kan een verlaging van de pensioenen per 1 april 2012 nodig zijn. Die verlaging is, zoals in het lopende herstelplan van PME omschreven, maximaal 4,14%. Een nadere evaluatie begin 2011 kan aanleiding zijn tot bijstelling van dit percentage.