Werknemers geboren vóór 1950 kunnen op zijn vroegst met de TOP als ze 60 jaar worden. Hoe eerder ze met de TOP gaan, hoe lager de uitkering. Gaan ze later, dan wordt de uitkering hoger.
Wie later met de TOP gaat dan 61 jaar en 11 maanden, ziet zijn uitkering niet meer stijgen, omdat de TOP-uitkering niet hoger kan zijn dan 100% van het laatste salaris. Voor werknemers geboren in 1943 en 1944 gelden afwijkende leeftijden en uitkeringspercentages.
De verschillende uitkeringspercentages per uittreedleeftijd, vindt u
hier.