PME, het Pensioenfonds van de Metalektro

Veelgestelde vragen

 

Beleggen

  •   Wat heeft de (markt)rente met de pensioenverplichting te maken?

    PME heeft pensioenverplichtingen. Dit zijn de pensioenen die nu en in de toekomst worden betaald. Voor de pensioenen die PME in de toekomst betaalt (verplichtingen), heeft PME nu een bepaald vermogen nodig. PME gaat er vanuit dat rendement wordt gehaald op het vermogen. Hoeveel vermogen PME nu nodig heeft voor de verplichtingen wordt bepaald door een rentevoet. De Nederlandsche Bank (DNB) bepaalt de rentevoet voor de pensioenfondsen. Deze baseert DNB op de marktrente. Omdat de marktrente elke dag verschilt, verschilt ook elke dag het vermogen dat PME nodig heeft. Hoe hoger de marktrente nu is, hoe minder vermogen op dit moment nodig is. Andersom geldt ook, als de martkrente omlaag gaat, is nu meer vermogen nodig.

    Let op: de rekenrente die DNB voorschrijft, zegt niets over het rendement dat PME op het belegd vermogen haalt. De rekenrente wordt alleen gebruikt om te bepalen welk vermogen het fonds nu nodig heeft om de pensioenverplichtingen te kunnen betalen.

  •   Hoe staat PME tegenover het gebruik van afgeleide beleggingsproducten (derivaten)?

    PME heeft een voorkeur voor transparante, fysieke beleggingsproducten. Het fonds staat het gebruik van derivaten alleen toe als deze helpen om de risico’s te beperken of het beheer van de beleggingsportefeuille efficiënter te maken. Voor de beheersing van het renterisico in de Portefeuille Vastrentende Waarden wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van obligaties met een hoge kredietwaardigheid. Voor zover nodig wordt daarnaast gebruik gemaakt van rentederivaten. Daarnaast wordt voor het afdekken van het valutarisico gebruik gemaakt van valutaderivaten.

 

Dekkingsgraad

  •   Wat is een dekkingsgraad?

    De dekkingsgraad is de graadmeter van de financiële gezondheid van het fonds. Het geeft de verhouding weer tussen het totale vermogen van het fonds en het bedrag dat nodig is voor alle pensioenuitkeringen, nu en in de toekomst. Lees hier alles over de verschillende soorten dekkingsgraden en de actuele stand van zaken.

  •   Wat heeft de dekkingsgraad te maken met de hoogte van mijn pensioen?

    Elk jaar bepalen we aan de hand van verschillende dekkingsgraden of we uw pensioen moeten verlagen of kunnen verhogen. De volgende regels zijn daarbij belangrijk:

    • Is de actuele dekkingsgraad onder de 90%? Dan verlagen we mogelijk uw pensioen.
    • Is de beleidsdekkingsgraad 110% of lager? Dan verhogen wij uw pensioen niet.
    • Is de beleidsdekkingsgraad boven de 110%? Dan kijken we of het mogelijk is uw pensioen (gedeeltelijk) te verhogen.
    • Eind 2019 eindigt de herstelperiode die afgesproken is met De Nederlandse Bank. Dat betekent dat we dan weer op de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% moeten zitten. Als dat niet zo is moeten we de pensioenen verlagen.

    Gezien de huidige financiële situatie verwachten wij helaas dat een verhoging de komende jaren niet zal kunnen plaatsvinden.

  •   Wat zou de dekkingsgraad moeten zijn?

    De dekkingsgraad van PME moet minimaal 104,3% zijn. Als we vijf jaar onafgebroken onder de 104,3% zitten, dan moeten we verlagen. Daarnaast moet een pensioenfonds kunnen laten zien dat het binnen een termijn van tien jaar voldoende buffers op kan bouwen. Als je dat als pensioenfonds niet kunt laten zien, kan een verlaging noodzakelijk zijn. Zo’n verlaging mag over tien jaar worden gespreid. Wel moet dan in het eerste jaar gestart worden met een verlaging. Daarna wordt ieder jaar gekeken of de rest van de verlaging ook moet worden doorgevoerd.

  •   Wat heeft de rente met de dekkingsgraad te maken?

    PME heeft pensioenverplichtingen. Dit zijn de pensioenen die nu en in de toekomst worden betaald aan de deelnemers. Om aan de pensioenverplichting te kunnen voldoen, belegt PME het vermogen. De verhouding tussen de pensioenverplichting en het belegde vermogen heet de dekkingsgraad. De dekkingsgraad kan dus veranderen door een wijziging van de waarde van het belegd vermogen of een wijziging van de pensioenverplichting.

    Een dalende (markt)rente vormt een risico voor PME. Als de rente daalt, stijgt de waarde van de pensioenverplichtingen. Daardoor heeft PME meer vermogen nodig om de pensioenverplichtingen te kunnen betalen. Door beleggingen in de beleggingsportefeuille op te nemen die in waarde stijgen wanneer de rente daalt, wordt de stijging van de pensioenverplichtingen voor een deel gecompenseerd. Hierdoor daalt de dekkingsgraad (bij een dalende rente) minder snel.

  •   Is te verwachten dat de dekkingsgraad verder zakt of kan hij ook wel weer een beetje stijgen?

    Financieel deskundigen voorspellen voor komend jaar geen gunstige ontwikkelingen, niet voor de rente en niet voor de beurzen. Dat betekent dat we verwachten dat de dekkingsgraad niet zal stijgen.

  •   Waarom zijn er verschillen tussen de dekkingsgraden van de verschillende pensioenfondsen?

    Tussen pensioenfondsen bestaan grote verschillen, die invloed hebben op de financiële positie. Door deze verschillen is het onmogelijk om de fondsen onderling te vergelijken. 

    Bijvoorbeeld:

    • Er zijn fondsen die wel een betere dekkingsgraad hebben, maar waar veel minder pensioen wordt opgebouwd dan bij PME;
    • De inhoud de regelingen verschilt tussen fondsen, bijvoorbeeld wat er wordt opgebouwd voor nabestaanden;
    • Bij PME is de gemiddelde leeftijd van de werkenden hoog. Omdat het resterende aantal jaren tot hun pensioen beperkt is, kunnen eventuele beleggingsrisico’s niet over een langere tijd worden uitgesmeerd;
    • De pensioenpremie kan niet onbeperkt worden verhoogd, want dan stijgen de loonkosten van bedrijven te veel ten opzichte van concurrenten in het buitenland en prijzen we de Nederlandse Metalektro internationaal de markt uit.
 

Financiële positie PME

 

Webinar 25 april 2016

  •   Wat is de oorzaak van de huidige financiële situatie?

    De huidige problemen bij pensioenfondsen worden voornamelijk veroorzaakt door de extreem lage rente. Die lage rente is een wereldwijd probleem. Door de wereldwijde economische problemen wordt er te weinig geïnvesteerd en te veel gespaard, met lage rentes tot gevolg. De Europese bank (ECB) drukt met zijn beleid de rente in Europa nog verder omlaag. Als de situatie op de financiële markten blijft zoals die nu is en de rente waarmee PME moet rekenen niet hoger wordt, is de kans dat we in 2017 de pensioenen moeten verlagen groot. Lees verder

  •   Waarom moeten de pensioenen worden verlaagd? Er is toch meer dan genoeg vermogen?

    De extreem lage rente zorgt voor een forse toename in de pensioenverplichtingen. De pensioenverplichtingen vormen de som van alle pensioenen die PME verplicht is om nu en in de toekomst te betalen aan deelnemers, ex-deelnemers en gepensioneerden. Ons vermogen is nu twee zo hoog als voor de crisis. Maar PME moet nu 2,5 keer zo veel geld in kas houden om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Het is PME gelukt om in diezelfde periode ook fors meer geld opzij te zetten voor de pensioenen. Maar dat is nog niet genoeg, de pensioenen zijn immers 2,5 keer zo duur geworden. 

  •   De ouderen hebben geen kans meer om hun pensioen te repareren, jongeren wel. Laat zij de kosten van de crisis dragen

    Zowel ouderen als jongeren leveren hun bijdrage. Zo moeten jongeren meer betalen voor minder pensioen. Dat komt ook door de lage rente. Bij een dekkingsgraad van 90% zit er feitelijk maar 90 cent in kas voor iedere euro die we aan pensioen moeten uitbetalen. Als we dat over een langere tijd doen, dan is er voor de huidige generatie nog wel genoeg pensioen, maar dan hebben de toekomstige generaties mogelijk minder pensioen dan waarvoor ze betalen. En dat willen we niet. Het PME behartigt de belangen van alle deelnemers en alle gepensioneerden. 

  •   Als er in 2017 moet worden verlaagd om hoeveel gaat dat dan?

    Als de dekkingsgraad op 31 december 2016 lager is dan 90% dan moet PME de pensioenen verlagen. Het gaat om de pensioenen van de gepensioneerden en het opgebouwde pensioen van de werkenden. De verlaging moet het verschil overbruggen tussen de dekkingsgraad op 31 december 2016 en 90%. Dus als de dekkingsgraad dan bijvoorbeeld 87% is, moeten de pensioenen met 3% worden verlaagd. Het bestuur mag beslissen die verlaging over een aantal jaren uit te smeren. Het bestuur weegt hierbij de belangen van zowel werknemers als gepensioneerden af.    

    Stel u heeft een pensioen van 500 euro bruto per maand en de verlaging is inderdaad 3%. Uw pensioen gaat dan in totaal met € 15 bruto per maand omlaag als de verlaging ineens wordt doorgevoerd. Wordt de verlaging uitgesmeerd dan gaat uw pensioen in stapjes omlaag, totdat de volledige verlaging is bereikt.   

  •   Wanneer worden we gecompenseerd voor de verlagingen op ons pensioen?

    Hoewel het vermogen van PME sinds de crisis is verdubbeld, is de dekkingsgraad van PME te laag (rond de 90%). Als de situatie niet verbetert, is een verlaging in 2017 onontkoombaar. Een indexatie van de pensioenen en/of een compensatie van eerdere verlagingen is de komende jaren niet te verwachten. We moeten eerst nieuwe buffers opbouwen zodat we in de toekomst weer sterk staan. Pas bij een dekkingsgraad van boven de 110% mogen we volgens wet- en regelgeving weer gedeeltelijk indexeren. Bij een dekkingsgraad van ± 122% komt volledige indexatie of compensatie voor de verlagingen weer in beeld. Het bestuur neemt daar dan een beslissing over.      

  •   Er zijn fondsen die het wel ‘goed’ doen. Waarom PME niet?

    Pensioenfondsen kunnen onderling niet zomaar worden vergeleken of het nu gaat om dekkingsgraad, rendement of financiering. Dat komt door de verschillende omstandigheden per pensioenfonds. Denk aan de kwaliteit van de pensioenregeling, de leeftijdsopbouw van de deelnemers van het pensioenfonds en de keuzes in het beleggingsbeleid en de wijze van financiering.

    Dekkingsgraad

    Er wordt vaak gedacht dat een fonds het goed doet als de dekkingsgraad hoog is. De dekkingsgraad is echter alleen een getal dat aangeeft of het pensioenfonds met het huidige vermogen alle bestaande en toekomstige pensioenen kan betalen. PME heeft altijd een scherpe premie gevraagd voor een ruime pensioenregeling. Die premie werd gebaseerd op verwachte rendementen die destijds gebruikelijk waren. 

    Rendement

    PME maakt over een langere periode gemiddeld hetzelfde rendement als de meeste andere fondsen.

    Financiering

    Bij bedrijfstakpensioenfondsen gelden andere afspraken met de werkgevers over de financiering van het pensioen dan bij ondernemingspensioenfondsen. Bij ondernemingspensioenfondsen bestonden mogelijkheden voor het bijstorten en terugkrijgen van premie van de werkgever. Als gevolg van de crisis hebben veel ondernemingspensioenfondsen extra stortingen ontvangen om de lage dekkingsgraad op te vangen. Bij bedrijfstakpensioenfondsen kan dat niet. Daarom kunnen fondsen voor een hele bedrijfstak niet worden vergeleken met fondsen die voor een onderneming zijn. 

  •   Jullie geven de externe omstandigheden de schuld. Komt de huidige situatie niet gewoon doordat slecht is belegd en doordat er niet goed op de kosten wordt gelet?

    De afgelopen 5 jaar was het gemiddeld rendement 8,2. Dit is in lijn met het rendement van andere pensioenfondsen over deze periode. Ons vermogen is sinds de crisis verdubbeld. Van slecht beleggen is dus geen sprake. PME doet het over een aantal jaren genomen niet beter of slechter dan de meeste andere fondsen.

    PME let goed op de kosten. In vier jaar tijd heeft PME de kosten van de beleggingen met meer dan de helft weten te halveren. De kosten van het vermogensbeheer zijn daarmee lager dan van de meeste andere fondsen. Ons doel is om de kosten nog verder omlaag te brengen. Ook op het gebied van het pensioenbeheer wordt goed op de kosten gelet. 

  •   Het lijkt wel of PME de huidige situatie over zich heen laat komen en niets doet. Waarom lobbyt PME niet bij de politiek voor het mogen rekenen met een hogere rekenrente?

    De lage rente is een wereldwijd probleem. Als we rekenen met een hogere rente dan de marktrente, dan doen we of we meer geld in kas hebben dan feitelijk het geval is. We geven dan geld uit dat we feitelijk niet hebben. De kas wordt uitgehold. Dat willen we niet. PME wil een zo goed mogelijk pensioen voor de gepensioneerden van nu en van de toekomst.     

  •   Wat gaat PME doen om het tij te keren?

    PME heeft de politiek opgeroepen om versneld te kijken naar herziening van het pensioenstelsel om het pensioenstelsel meer toekomst bestendig te maken en minder afhankelijk van bewegingen in de rente.

    PME heeft zelf weinig mogelijkheden om bij te sturen. De effecten van de wereldwijde economische situatie zijn daarvoor te dominant. En de wettelijke regels over dekkingsgraden en verlagingen moeten door PME worden nageleefd. PME probeert daarnaast een zo hoog mogelijk rendement te behalen tegen een beheerst risico. Dat doen we onder andere door te investeren in bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen (goed omgaan met het milieu, arbeidsomstandigheden, beloning van het management etc.). Ook houden we de kosten zo laag mogelijk en blijven we steeds streven naar verdere verlaging van de kosten. 

  •   Waarom doet PME in deze tijd aan verantwoord beleggen? In deze tijd moeten we gaan voor een optimaal rendement, niet voor flauwekul.

    PME is ervan overtuigd dat ondernemingen en landen die fatsoenlijk omgaan met de mensen en de omgeving waarmee ze te maken hebben, uiteindelijk de beste bijdrage leveren aan een gezonde economische ontwikkeling. En dat zij de beste overlevingskansen hebben op de lange termijn. Beleggen in deze ondernemingen en landen beperkt dus het risico en geeft de beste kans op een goed en stabiel rendement.  

  •   Waarom is er in het verleden geen rekening gehouden met het ouder worden?

    De gepensioneerden van nu hebben zo’n 40 jaar lang premie betaald. De levensverwachting was toen anders dan nu. Voor het vaststellen van de premie werd toen teruggekeken naar de daadwerkelijke sterfte in het verleden. Dat de levensverwachting onder andere door een enorme voortuitgang in de medische wetenschap zo zou toenemen, kon toen niet worden voorzien. Inmiddels kijken pensioenfondsen niet meer terug om de toename in levensverwachting vast te stellen, maar kijken we vooruit. We hanteren daarvoor de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek of  het Actuarieel Genootschap daarvoor leveren. Dat is ook wettelijk vereist.      

  •   Fuseren met andere fondsen?

    Pensioenfondsen overwegen een fusie als die fusie op alle vlakken voordelen biedt die uiteindelijk ten goede komen aan de deelnemers en gepensioneerden. Op voorhand is een fusie niet altijd voordelig. Een pensioenfonds kan ook te groot worden. Binding met de bedrijfstak en de mensen die daarin werken blijft belangrijk.

    Samenwerken en overleg met andere fondsen biedt veel voordelen. Dat samenwerken en overleggen doen we dan ook. Zo werken we heel nauw samen met zusterfonds PMT. We hebben dezelfde uitvoerder en hebben sinds 1 januari 2015 een nagenoeg gelijke regeling. Voor het benutten voor mogelijke voordelen is een fusie niet per se noodzakelijk. Het beslissen over een mogelijke fusie is een beslissing die bij sociale partners ligt.

    De laatste jaren zijn er overigens al veel fondsen naar PME overgekomen. Dit levert al heel veel voordelen op in de uitvoering en dus in het besparen van kosten.      

  •   Ontvangen bestuursleden en medewerkers van PME bonussen of winstuitkeringen?

    Het bestuur en de medewerkers van PME krijgen geen bonussen of winstuitkeringen. Het uitvoerend bestuur en de medewerkers van PME zijn in loondienst bij PME. Er worden geen exorbitante salarissen betaald. De pensioenaanspraken van de bestuurders en de medewerkers in dienst van PME zijn in 2013 en in 2014 met dezelfde percentages (5,1% in 2013, 0,5% in 2014) verlaagd als die van de deelnemers en gepensioneerden.

    De niet-uitvoerende bestuurders zijn niet bij PME in dienst. Zij krijgen een kostendekkende vergoeding. PME volgt hierin het advies van de Pensioenfederatie. Voor bestuursleden die in dienst zijn van een werkgevers- of werknemersorganisatie maakt PME dit bedrag over aan de betreffende organisatie. De vergoeding wordt jaarlijks opgenomen in het jaarverslag.  

    De salarissen van het uitvoerende bestuur en de vergoedingen aan het niet-uitvoerende bestuur worden jaarlijks verantwoord in het jaarverslag van PME.   

  •   Hoe zit het met de greep in de kas die de Overheid jaren geleden heeft gedaan?

    De Overheid heeft bij PME nooit een greep in de kas gedaan.

  •   Let PME wel op de kosten?

    PME let goed op de kosten. In vier jaar tijd heeft PME de kosten van de beleggingen met meer dan de helft weten te halveren. De kosten van het vermogensbeheer zijn daarmee lager dan van de meeste andere fondsen. Ons doel is om de kosten nog verder omlaag te brengen. Ook op het gebied van het pensioenbeheer wordt goed op de kosten gelet.

  •   Waarom nog zo’n duur magazine

    Door de grote oplage en de afgesproken langere tijd die voor het drukken van het magazine mag worden genomen, zijn de drukkosten van het magazine heel laag. Ook krijgen we door de grote oplage enorme kortingen op de portokosten. Het magazine is het goedkoopste communicatiemiddel van PME. Bovendien kunnen zo de meeste mensen worden bereikt. Het nadeel is dat de doorlooptijd van het maken en drukken van het magazine lang is. Een verzonden magazine kost gemiddeld zo’n 0,70 eurocent inclusief de verzending. 

Aanmelden PME nieuwsbrief voor werknemers en gepensioneerden

Wilt u op de hoogte worden gehouden van belangrijke pensioeninformatie?
Meld u hier aan voor onze digitale nieuwsbrief.

E-mailadres *
Voorletter(s) *
Tussenvoegsel
Achternaam *
Geslacht *
      
Bouwt u pensioen op of ontvangt u een pensioen van ons? *
      
  
Velden met een * zijn verplicht.

Inschrijven PME nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte worden gehouden van belangrijke pensioeninformatie?
Meld u hier aan voor onze digitale nieuwsbrief.

E-mailadres *
Voorletter(s) *
Tussenvoegsel
Achternaam *
Bedrijfsnaam *
Functie *
Werkgevernummer *
Geslacht *
 Man     Vrouw
Velden met een * zijn verplicht.